Waarom je ‘maar’ moet gebruiken in je tekst

3 minuten lezen


Tekening van zinnen waar verband en pleisters omheen zitten

Breng verband aan tussen je zinnen

Ik kon wel door de grond zinken. Met z’n allen stonden ze om me heen en riepen: “Zij gebruikte het ‘maar’-woord, zij gebruikte het ‘maar’-woord.” En DAT MOCHT NIET. We mochten geen ‘maar’ meer gebruiken.

Waarom mochten we geen ‘maar’ zeggen? 

Dat heeft te maken met spreken met elkaar. Het weekend ging over communicatie. Over hoe je werkelijk met iemand kunt communiceren. Aan bod kwam onder andere het effect van ‘maar’.

Stel iemand op een verjaardag geeft heel stellig zijn mening over iets waar je het totaal niet mee eens bent. En je weet zeker dat wat die persoon zegt niet waar is, jij bent tenslotte de expert op dat terrein. Voorzichtig opper je dat het ook wel eens anders kan zijn.

Die ander regeert onmiddellijk met een heel groot Maar….

Jij legt nog een keer uit hoe het werkelijk zit. MAAR…, zegt die ander weer. Heb jij dan het gevoel dat die jou hoort? Waarschijnlijk niet. Dus blijf je herhalen wat je net hebt gezegd, en die ander ook:

Met ‘maar’ bereik je elkaar niet

Daarom moesten we dit woord gaan afleren. Om te beginnen met een oefening in tweetallen:

Er stond een stelling op de flipover waarover we moesten discussiëren. De een moest vóór de stelling zijn, de ander tegen. En we mochten nooit ‘maar’ zeggen.

In het begin ging het nog best aardig. Ik dacht ‘maar’ en sprak het toch niet uit. De discussie verhevigde en opeens, zonder dat ik er erg in had, floepte er een ‘maar’ uit mijn mond. En daar kwamen alle begeleiders van de training om me heen staan en wezen naar me met hun wijsvinger en daar riepen en jouwden ze me uit. En ook al had ik het al een aantal keren om me heen zien gebeuren, en is het door de overdrijving een lollige boel, ik kan je vertellen, dat is niet leuk.

Het werkte wel. Want nu durf ik geen ‘maar’ meer te gebruiken. Zelfs niet als ik schrijf.

Terwijl ‘maar’ juist zo’n nuttig woord is in teksten.

Wat is de functie van ‘maar’ in je tekst?

Het woord geeft verband aan tussen zinnen. En verband is wat je nodig hebt om een tekst te kunnen begrijpen.  Zonder verband tussen zinnen worden zinnen zinloos. Merkwaardig, maar waar. (gelukkig, daar staat het ‘maar’ er weer).

Eén zo’n klein woord als ‘maar’ kan een hele alinea betekenis geven. Het maakt de lezer alert. Die ziet onmiddellijk: oh, hier komt een tegenstelling.

Waarom is het zo belangrijk die lezer die vooruitwijzing te geven?

Ik weet het niet zeker, het is mijn eigen theorie, maar best wel logisch, vind ik zelf: het mooie is namelijk dat je die constatering onbewust maakt. Je bent als lezer zo gewend dat ‘maar’ een tegenstelling aangeeft, dat je gedachten je direct meenemen, zonder dat je erover hoeft na te denken.

En als je niet hoeft na te denken, begrijp je een tekst sneller.

Zonder ‘maar’ in je tekst:

  • Moet je gaan denken: Je vraagt je af waarom de zin daar staat en bedenkt dan dat hij zegt het tegenovergestelde van wat je net las.
  • Stokt je heel even met lezen, al is het een fractie van een seconde. Dat kan een gevaarlijk moment zijn. Voor je er erg in hebt dwalen de gedachten van de lezer dan helemaal af en gaat niet verder met lezen. Weg alle moeite die jij in je tekst hebt gestoken.

Belangrijk dus, om rekening te houden met het effect van het woord ‘maar’ als je schrijft. Of vergelijkbare woorden die verband aangeven tussen zinnen of alinea’s.

MAAR

(zie je wel, nu verwacht je een beperking van wat ik net heb geschreven)

  • Gebruik het woord op de juiste manier: alleen als je er echt een tegenstelling mee wilt aanduiden. Gaat het niet om een tegenstelling, dan verwar je de lezer er juist mee.
  • Doe het niet te vaak. Om de andere zin ‘maar’ is een beetje vermoeiend.

Dan stop ik nu met dat gemaar.

Wil jij een frisse blik op jouw tekst, zodat die nog beter wordt?

In een feedbacksessie nemen we jouw tekst door en kijken waar de lezer zal stokken en waar die juist ademloos doorleest. Zo ontdek je wat er nog beter kan. Met of zonder maar.