Maar een doelgroep per tekst? Ja.

3 minuten lezen


Over ongeïnteresseerde lezers en hoe je ze vangt

“Mag ik me echt maar op één doelgroep richten?”, klinkt het timide uit de groep.

De onderzoekers luisteren geconcentreerd naar mijn inleiding over aantrekkelijk schrijven over je onderzoek. Dan hoor ik de stilte vallen, intens.

Het is duidelijk een vraag waar ze allemaal mee worstelen. Niet alleen deze onderzoekers. De vraag komt eigenlijk steevast, bij iedere training. Dat ze bij het schrijven een doelgroep voor ogen moeten houden, is iets wat veel vakexperts zich niet realiseren. En dat je daarbij maar één doelgroep voor ogen moet houden, nee, dat gaat echt te ver, hoor ik dan vaak.

‘Wij hebben nu eenmaal meer dan één doelgroep”, klinkt het dan

Ze sommen op:

  • Daar is de opdrachtgever van het onderzoek, bijvoorbeeld een ministerie, dat wil weten of het zijn geld nuttig heeft besteed.
  • Er zijn de gebruikers, die moeten weten dat er nu of later iets heel moois is voor ze.
  • Dan is er het bedrijfsleven dat straks een deel van de kennis weer kan doorvertellen.
  • Er zijn de toekomstige studenten,
  • Er is het lekenpubliek
  • Er zijn ook vakgenoten die wel wat van het onderwerp afweten.

Als je je maar op een van die doelgroepen richt, hebben de anderen er niets aan”, is de gedachte. En dat is natuurlijk ook zo. Hoewel. ‘Niks’ is niet helemaal waar. De andere doelgroepen zien heus wel dat er informatie staat die voor iemand anders bedoeld is, maar daarom willen ze het juist weten. Want zij waren niet de doelgroep voor het onderzoek.

Zo was dat ook toen ik nog voor weekblad Boerderij werkte. Onze doelgroep was (is) de boer. Maar we wisten dat een groot deel van onze abonnees geen boeren waren. Moesten we dan ook expliciet voor de meelezers gaan schrijven? Nee natuurlijk. Want ze waren juist abonnee omdat ze wilden weten wat er onder boeren leeft.

Waarom is het zo belangrijk dat je één doelgroep kiest voor je tekst?

Probeer je je tekst te richten op verschillende doelgroepen, dan móet je wel heel algemeen schrijven. Anders snapt niemand er iets van. Maar dat algemene is gelijk ook de ellende: niemand voelt zich écht aangesproken.

Overtuigd? Voor de zekerheid geef ik nog een voorbeeld.

Stel. Je bent op een familiefeestje. Je praat met een tante en een nichtje van een jaar of 20. Je vertelt over je werk. Je gebruikt wat algemene termen en je tante, die niets van je vakgebied afweet, snapt het nog niet helemaal. Je bedenkt nog een simpel voorbeeld om duidelijk te maken wat je doet. Natuurlijk vertel je niet alle details, want dan zou ze onmiddellijk afhaken. Je tante begrijpt het.

Je nichtje kijkt ondertussen naar buiten, wiebelt ongeduldig met haar voet. Als je tante tevreden is met je antwoorden, barst je nichtje los. Ze stelt een vraag waaruit duidelijk blijkt dat ze het vakgebied kent. Je antwoordt haar en gebruikt ook wat moeilijke termen. Je nichtje is helemaal blij: ze blijkt een studie te volgen in jouw vakgebied en is helemaal blij daar met iemand over te kunnen vragen. Je tante is ondertussen afgehaakt en naar een ander familielid gelopen.

Je moet kiezen: twee doelgroepen kun je niet tegelijkertijd tevreden stellen

Kies je niet, dan is geen van beide tevreden en haken ze allebei af. Kies je wel: dan kan een van beide afhaken, maar de ander hangt wel aan je lippen.

Zo is dat dus ook bij teksten. Een aantrekkelijke tekst sluit volledig om de lezer heen. En dat kan alleen als je maar één lezer (doelgroep) voor ogen hebt.

En ja, dan moet je wel eens twee publicaties schrijven in plaats van één. Heb je daar het budget niet voor? Neem dan je verlies en kies…

Wil jij hulp om je tekst helemaal op 1 doelgroep te richten?

Mail me voor een telefonische afspraak om te zien of het traject Scherp Zakelijk Schrijven ook wat voor jou is.