Knuffel jij je lezer wel genoeg?

3 minuten lezen


Knuffels om mee te knuffelen, zoals met je lezer

Wat voor zakelijk schrijver ben jij?

Ben je zo’n schrijver die alleen denkt aan wat je kwijt wil? Iemand die zo trots is op wat je te melden hebt dat je ook echt alle details wilt laten zien? En het liefst wil je ook tonen wat er niet is uitgekomen en waar nog twijfels over zijn?

Jammer. Want als je alleen denkt aan wat jij kwijt wil, heb je geen lezers. Informatie krijgt je lezer genoeg. Tijdschriften, kranten, e-mails, nieuwsbrieven, reclameblaadjes: van alle kanten wordt jouw lezer bestookt met leesvoer. Wil je gelezen worden, dan moet je daar moeite voor doen.

Wil je lezers, verplaats je dan in je lezer. Alleen als je aansluit bij wat die wil lezen, zal zhij ook daadwerkelijk gaan lezen. Alles wat niet bij zijn/haar interesses en behoeftes aansluit, legt zhij binnen een paar tellen weer weg.

Verplaatsen in je lezer betekent knuffelen met je lezer

Durf je dat aan: knuffelen met je lezer?

Het betekent dat je je lezer precies die tekst geeft waar die op zit te wachten. Als zhij jouw tekst leest gaat zhij als het ware gloeien van genot.

Volg de aandachtspunten hieronder en je bent al een eind op weg met dat knuffelen.

  • Bedenk eerst wie je lezer is. 

Je lezer is degene waar jij je stuk voor schrijft en waar jouw tekst voor bedoeld is. Het kan best zijn dat er lezers zijn buiten je primaire doelgroep zijn die je ook bereikt. Maar daar richt je je niet op, zij lezen alleen mee.

  • Schrijf alle kenmerken van je lezer op: 

opleidingsniveau, soort woorden die zhij gebruikt, situatie waarin zhij zit. Sta stil bij wat zhij wil weten en wat absoluut niet.

  • Wees zo concreet mogelijk. 

Noem je lezer bij naam: een burger die kampt met overgewicht, niet weet wat een gezonde voeding is maar dat wel wil weten. Een beleidsmedewerker die zijn bazen moet overtuigen van het nut van jouw investering. Een scholier die nadenkt over zijn studiekeuze of die informatie zoekt voor zijn profielwerkstuk.

  • Schrijf voor één specifieke lezer. 

Bestaat je doelgroep uit consumenten? Neem dan je buurvrouw in gedachten. Schrijf je voor het brede publiek? Dan kun je wellicht je vader of je oma nemen. En bij ondernemers neem je iemand in gedachten met wie je onlangs een gesprek hebt gehad.

  • Bedenk waarom je lezer jouw stuk zou willen lezen.

De dikke burger wil weten hoe hij zijn maaltijd moet samenstellen. Of hij wil zien dat er gewerkt wordt aan voedsel waar hij van afvalt. De beleidsmedewerker wil argumenten waarmee zhe haar bazen kan overtuigen. En soms wil je lezer vooral weten of jij een aardig persoon bent, waar die graag een afspraak mee wil maken.

Wat jij schrijft, hangt af van je lezer

Soms zijn dat concrete handreikingen. Soms meer een verhaal. En andere keren alle argumenten op een rijtje, met alle mitsen en maren.

Je denkt niet alleen na over wat je lezer voor informatie wil, maar ook hoe je je informatie opdient.] Wat voor taal spreekt zhij, wat voor woorden gebruikt zhij wel of juist niet? Welke woorden kent zhij wel of juist niet?

Weet je niet wat wat je lezer wil weten?

Lees tijdschriften of berichten op websites waarvan je weet dat die speciaal voor jouw doelgroep zijn geschreven. Bezoek internetfora waar jouw doelgroep actief is of ga naar bijeenkomsten die voor hen bedoeld zijn.

Het allerbeste is om:

  • In gesprek te gaan met je lezer
  • Leg stukken tekst aan hem of haar voor
  • Stel je lezer vragen
  • Ontdek waar hij of zij warm voor loopt

Tsja, denk je nu, daar heb ik allemaal geen tijd voor?

Bedenk dan dat dit een eenmalige investering is, waar je later profijt van hebt. Bij elke tekst, zo klein als een webbericht of zo groot als een rapport, moet je je informatie toespitsen op je lezer.

Dan is het toch handig als je één keer heel goed in kaart hebt gebracht wat jouw doelgroep wil weten?

Wil je je tekst precies af te stemmen op je lezer?

Neem eens een kijkje bij het traject Scherp, Zakelijk Schrijven. Misschien is dat ook iets voor jou.